Over de schaatssport

De geschiedenis van schaatsen reikt terug tot prehistorische tijden. Op archeologische vondsten uit die periode zijn afbeeldingen te zien van primitieve schaatsen, meestal gemaakt van bot. Op dat moment waren schaatsen eigenlijk niets meer dan een speciaal soort schoenen die het makkelijker maakten om zich op ijs voort te bewegen.

In de 13de of 14de eeuw vindt er een evolutie plaats en krijgen ijsschaatsen scherpe kanten die helpen om stabiel over het ijs te glijden. De Nederlanders zijn overigens verantwoordelijk voor deze vooruitgang. Het maakt de weg vrij om schaatsen ook te gaan zien als vermaak en schaatsen wordt dan niet langer puur gezien als transportmethode. Een goed voorbeeld van deze nieuwe kijk op schaatsen vormt het schilderij ‘Ijsvermaak’ van Hendrick Avercamp. Het schilderij laat een bonte stoet mensen zien die zich op het natuurijs vermaken.

Dan begint men zich elegant over het ijs te bewegen en het kunstrijden wordt populair. Het sportieve en competitieve element wordt pas in de late 19de eeuw toegevoegd wanneer er melding wordt gemaakt van kunstschaatswedstrijden. In 1891 vindt dan de eerste internationale wedstijd plaats in Hamburg, Duitsland. Op dat moment heeft er wederom een revolutie plaatsgevonden qua schaatsmateriaal. De Amerikaan Edward Bushnell introduceert namelijk in 1850 schaatsen met stalen kanten.

In Nederland wordt in de 1892 de Internationale Schaatsunie opgericht (ISU), een overkoepelende organisatie die het hardrijden op de schaats reguleert. Dit naar aanleiding van een behoeft naar internationale regelgeving. Al snel volgen de eerste officiële wereldkampioenschappen, deze worden in 1892 door de legendarische Jaap Eden gewonnen.


Tegenwoordig bevat de schaatskalender een bonte verzameling van nationale en internationale toernooien. Allereerst zijn er de verschillende allroundtoernooien, een schaatsdiscipline waar meerdere afstanden worden gereden. In de allround wordt de 500, 1500, 5000 en 10 kilometer verreden, waarbij in de kleine vierkamp de 10 kilometer wordt vervangen door een race van 3000 meter. Alle afstanden tellen even zwaar mee voor het eindklassement.

Ook zijn er schaatswedstijden per afstand. Hier komen pure specialisten aan de start, schaatsers die zich toeleggen op slechts één afstand. De Olympische Spelen is typisch een toernooi waar er wedstrijden per afstand wordt gereden, met een medaille in het verschiet voor de eerste drie per afstand. Verder wordt de kalender voor het langebaanschaatsen bevolkt door de wereldbeker schaatsen (World Cup) en wereldkampioenschappen afstanden.

Naast het kunstrijden en langebaanschaatsen wordt het shorttrack schaatsen ook steeds populairder. Dit is een pure vorm van wedstijdschaatsen op een kleine ovaal, meestal een ijshockeybaan, waar de eindtijd niet uitmaakt, het gaat er slechts om je mederijders te verslaan.

No Comments, Be The First!

Your email address will not be published.